Goeienavond beste lezer, IJslanders zijn boeiende mensen, vertelt Wannes Cappelle dit weekend in een interview aan collega Guinevere Claeys. “Het evolueert er razendsnel, er wordt weinig omgekeken.” Zijn vrouw Alda is IJslandse, dus hij kan het weten. De taal blijft wel een barrière, zegt hij. “Maar het is wel grappig dat er West-Vlaamse overlappingen zijn. Zoals ‘volgende week’. Dat klinkt in beide talen als ‘noaste weke’.” U hebt het niet van mij, maar als u ooit op IJsland bent, boek dan een uitstap naar Askja. Een 4x4 met monsterlijke wielen voert je vanuit Husavik door een zwart maandlandschap naar het hart van het eiland. Ook in de zomer moet je dan nog een halfuurtje door de sneeuw ploeteren, tot je bij een vulkaankrater vol melkblauw water komt, met daarnaast een gigantisch meer. Het is een wonderlijke plek. Tijdens die tocht door de sneeuw leerde de gids ons de correcte uitspraak van Eyjafjallajökul. Ik vroeg hem uit over het IJslands, immer geïnteresseerd in taalkunde als ik ben. “Het interessante aan onze taal,” zei hij, “is dat we altijd zelf een woord bedenken voor nieuwe fenomenen. IJslanders varen hun eigen koers. Onze woorden lijken niet op die in andere talen. Computer is bijvoorbeeld tölva. Vraag maar andere voorbeelden!” “Oké”, zei ik. “Hoe noemen jullie bijvoorbeeld een relatief nieuwe fruitsoort als de banaan?” Hij sloeg rood uit. “Euh, banani.” Prettig weekend nog, of zoals de IJslanders zeggen: eigðu góða helgi! |