Goeienavond beste lezer,
“Moest ChatGPT echt zo nodig worden uitgerold zodat we allemaal aan chatbots kunnen vragen hoe onze puppy moet heten?”, vraagt historica Jill Lepore zich af in DS Weekblad. “Nee!”
Ik deel haar mening. Soms heb ik het gevoel dat ik daardoor de AI-trein aan het missen ben. Zodra iemand tijdens een gesprek zijn telefoon bovenhaalt om iets stoms aan een chatbot te vragen, roep ik doorgaans uit: “Alwéér 100 liter water verspild!” Gelukkig bestond ChatGPT nog niet toen we in 2019 een jonge kater in huis haalden. Hij had al een naam, een unieke bovendien, die we uit respect voor de bedenker ervan behielden.
Maar plots vroeg ik me bij het lezen van het interview af: hoe had mijn kat geheten als ik het aan ChatGPT had gevraagd? Ik deed de test: “Bedenk 20 unieke kattennamen die met een H beginnen. Gewenste uitstraling: stoer en krachtig. Kleur: getijgerd.”
“Welk uniekheidsniveau?”, vroeg ChatGPT. “Heel uniek”, prompte ik. De chatbot stelde me 20 namen voor: Haxor, Havrox, Hyrak, Hexar, Haldor, Hazzik, Harkon, Hextor, Havor, Hrovan, Hazrak, Huxar, Hadrik, Hyrven, Helvax, Hagnar, Hovrik, Haxim, Hyrkos en Hallow.
Ja, hallow, dacht ik. Is dit waar we met de wereld naartoe willen? Dat we allemaal ’s ochtends de poes naar binnen roepen met “Hrovan, komen ééééten!”? Havrox, dat klinkt als een fitnesshype, Hexar als een animatiestudio, Helvax als een middel tegen schimmelnagels, Haxim als een starlet uit #Likeme.
En oeps, zo heb ik toch nog 100 liter water verspild. Ik maak het goed door mijn wekelijkse relaxbad over te slaan, beloofd.
Los daarvan: fijne zondagavond!